COLUMN: Sommige weken hoef je alleen maar te kijken
24 augustus 2026 12:28
Foto: Pro Shots

Er is mij hier vorige week een deadline gegeven. Ik schreef dat Flamingo van mij tot september kreeg, waarop een lezer besloot dat Anton Schilder dan ook tot september krijgt. Dat is fair. Zo werkt dat hier kennelijk, en ik zou het zelf zo ondertekenen. Dus laat ik eerlijk beginnen: dit wordt geen kritische column. Ik heb het geprobeerd, maar zondag zat er niets in dat dit verdiende.
Al leek dat na negen minuten nog anders. Willumsson rondde een keurige Groningse aanval af en daar was hij weer, de tegengoal, de vierde in drie competitiewedstrijden. Ik ga daar vandaag verder niets van vinden, maar ik blijf hem turven. Als dat lijstje in oktober nog steeds elke week groeit, hebben we het er nog wel over.
Want twee minuten later nam Ruben van Bommel de wedstrijd over. En hij gaf hem niet meer terug. Hij dribbelde de zestien door en dwong met een lage voorzet de aanvoerder van Groningen tot een eigen doelpunt. Bij de 2-1 sprintte hij veertig meter over de flank en trok hij de bal heerlijk terug, waardoor Perisic hem vanaf een meter of elf alleen nog maar hoefde in te tikken. Bij de 5-1 bediende hij Dest. Drie goals kwamen rechtstreeks uit zijn acties en de verslagen rekenen hem er zelfs vier aan, en toen hij na 67 minuten naar de kant mocht, wist iedereen in het stadion van wie deze middag was geweest.
Sta even stil bij waar deze jongen vandaan komt. Vorig seizoen knapte zijn kruisband. Bosz bracht hem dit seizoen voorzichtig terug, eerst telkens een helft. Vorige week viel op Woudestein zijn eerste goal sinds die blessure en dat was vooral opluchting. Dit was geen opluchting meer. Dit was een jongen van eenentwintig die liet zien dat zijn achternaam hier niet voor niets goed klinkt.
De middag was trouwens al mooi voordat de bal rolde. Ismael Saibari kwam nog één keer het veld op. Zaterdagavond speelde hij zijn eerste wedstrijd voor Bayern München in Dortmund, zondagmiddag stond hij in Eindhoven om te zwaaien. Zes jaar geleden opgehaald voor twee ton, vertrokken voor vijfenvijftig miljoen, en daartussen zat de speler waar je vorig seizoen voor naar het stadion ging. Het spandoek dat voor hem hing ging niet over dat bedrag maar over zijn in Eindhoven verworven status.
En toen de wissels. Filip Kostić debuteerde, uitgerekend tegen de club waar hij ruim tien jaar geleden doorbrak. Daarna mocht Lutsharel Geertruida het veld op, na een week waarin hij vanuit Rotterdam werd bedolven onder haat. Het Philips Stadion ontving hem met luid applaus, en het mooiste moment was van Obispo, die hem innig in de armen sloot. Twee jongens die elkaar al een half leven tegenkomen in de jeugdelftallen, de een uit De Herdgang, de ander van Varkenoord, en die elkaar nu voor het eerst als ploeggenoten omhelsden. Sano stond bovendien voor het eerst in de basis, op de plek waar de rekening van deze zomer het grootst is.
Is daarmee alles opgelost? Nee. Geertruida moet nog beginnen, Schouten ligt er nog maanden uit, en die tegengoal-teller loopt gewoon door. En voor de volledigheid: de 4-1 van Ivan Perišić, die hij goed binnenschoot, viel op een moment dat Groningen door een blessure feitelijk met tien man stond, omdat zijn directe tegenstander nog aan de kant lag. Wie na één ruime zege tegen Groningen roept dat het huis af is, is dezelfde persoon die na Fortuna riep dat het instortte. Aan allebei heb je niks.
Maar er was zondag voor het eerst dit seizoen een middag waarop het klopte. Een afscheid dat ontroerde, twee debutanten en een eerste basisplaats, en een jongen met een grote achternaam die hem eigenhandig groter maakte. Volgende week turf ik weer verder. Vandaag heb ik gewoon zitten kijken.

